Ga naar de Homepage van Polderosa, vrouwen zingen over de zee
Wie zijn wij
Waar zingen wij
Waar zongen wij
Cd
 De boots is weg
 Ons schip moet eerst nog ree
 Paddy lay back
 Zeeman
 If I was a blackbird
 Lolo mi boto
 Mein schatz
 Valse Zeeman
 Ketelbinkie
 The water is wide
 In de haven
 Ballade von den Seeraubern
 Spreading my long wingfeathers
 Naar Iseland
 Blonde Arie
 Lied van de Zee
 Fiddlers Green
 Franse gaatje
 Santa Lucia
 In 't schipperskwartier
Contact

Ketelbinkie

Toen wij van Rotterdam vertrokken,
Met "De Edam", een ouwe schuit,
Met kakkerlakken in de midscheeps,
En rattennesten in 't vooruit.
Toen hadden we een kleine jongen,
Als Ketelbink bij ons aan boord,
Die voor de eerste keer naar zee ging,
En nooit van haaien had gehoord.

Die van zijn moeder aan de kade,
Wat schuchter lachend afscheid nam,
Omdat ie haar niet durfde zoenen,
Die straatjongen uit Rotterdam.

Hij werd gescholden door de stokers,
Omdat ie van de eerste dag,
Toen wij maar net de pier uit waren,
Al zeeziek in het foc-sle lag.
En met jenever en citroenen,
Werd hij weer op de been gebracht,
Want zieke zeelui zijn nadelig,
En brengen schade aan de vracht.

Als ie dan sjouwend met z'n ketels,
Van de kombuis naar voren kwam,
Dan was bet net een brokkie wanhoop,
Die straatjongen uit Rotterdam.

Wanneer hij 's avonds in z'n kooi lag,
En na het sjouwen eind'lijk sliep,
Dan schold de man die wacht-te-kooi had,
Omdat ie om z'n moeder riep.
Toen is ie op een mooie morgen,
't Was in de Stille Oceaan,
Terwijl ze brulden om hun koffie,
Niet van zijn kooi goed opgestaan.

En toen de stuurman met kinine,
En wonderolie bij hem kwam,
Vroeg hij een voorschot op zijn gage,
Voor 't ouwe mens in Rotterdam.

In zeildoek en met rooster baren,
Werd hij die dag op 't luik gezet,
De kapitein lichtte zijn petje,
En sprak met groc-stem een gebed.
En met een één-twee-drie in Godsnaam,
Ging 't Ketelbinkie overboord,
Die 't ouwetje niet durfde zoenen,
Omdat dat niet bij zeelui hoort.

De man een extra mokkie schoot-an,
En 't ouwe mens een telegram,
Dat was het einde van een zeeman,
Die straatjongen uit Rotterdam.